Inhoud:
-
-
-
-
-
1. De opvang van nieuwe leerlingen in de school
Wanneer ouders op zoek zijn naar een school voor hun kind hanteren we de volgende procedure: de ouders worden uitgenodigd voor een eerste kennismakingsgesprek waarbij de locatieleider het een en ander over de school vertelt en ouders hun vragen kunnen stellen. De locatieleider laat de school zien en geeft relevante informatie mee. Er wordt een vervolgafspraak gemaakt voor een tweede gesprek waarbij het kind ook wordt uitgenodigd. Als een kind eerst op een andere school zat neemt de locatieleider contact op met de school van herkomst om de eventuele overgang zo probleemloos mogelijk te laten verlopen.
Indien een leerling extra zorg nodig heeft, wordt in overleg met alle betrokkenen gekeken of en zo ja, waar de meest geschikte plek geboden kan worden zodat de benodigde hulp gewaarborgd kan worden.
Als ouders inderdaad besluiten hun kind op onze school in te schrijven en het kind ook geplaatst kan worden schrijft de locatieleider de nieuwe leerling in en maakt een afspraak wanneer het kind kan beginnen.
Enkele weken voordat een leerling 4 jaar wordt mag het, in overleg, een tiental dagdelen komen wennen in groep 1.
Om een kind van een andere school te kunnen inschrijven moet de vorige school altijd een onderwijskundig rapport opstellen en een uitschrijfbericht.
(Mocht een kind van onze school naar een andere basisschool gaan nemen we altijd contact met de nieuwe school. Wij verzorgen dan het onderwijskundig rapport en het bewijs van uitschrijving naar de betreffende school, waarna het kind daar ingeschreven kan worden).
2. Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen op school
Om de ontwikkeling van de kinderen in onze school te volgen maken we gebruik van een leerlingvolgsysteem waarin we de observaties en toetsresultaten van de kinderen bijhouden Wij maken hiervoor gebruik van de CITO-toetsen en van de methode-gebonden toetsen. Drie keer per jaar worden alle leerlingen besproken met de betreffende groepsleerkracht, de remedial teacher en de locatieleider.
De leervorderingen en de sociaal-emotionele ontwikkelingen van de kinderen worden vastgelegd in het verslag en dit wordt met de ouders besproken.
Indien tijdens een leerlingbespreking blijkt dat een kind opvalt (b.v. hoogbegaafdheid, leerproblemen, problemen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling) en betrokkenen besluiten tot actie, wordt er een handelingsplan gemaakt. Ouders worden hiervan altijd op de hoogte gesteld.
Het zgn. korte handelingsplan is bedoeld voor lichte hulp, zoveel mogelijk binnen de groep van het kind. Voor de duur van zes weken wordt er gericht gewerkt aan het oplossen van het probleem. Mochten de resultaten na deze periode nog niet bevredigend zijn dan kan er besloten worden tot éénmalige verlenging met nog eens zes weken. Deze hulp wordt gegeven door de groepsleerkracht of de ondersteunende leerkracht. Zij worden hierin ondersteund door de remedial teacher.
Wanneer de doelen van een kort handelingsplan niet worden gehaald wordt er nader onderzoek gedaan door de remedial teacher (R.T.er)
Extra zorg op school kan geboden worden door:
De OBO-leerlingcounselor:
De werkzaamheden van een counselor richten zich op het begeleiden en ondersteunen van leerlingen met een (gedrags-)probleem. Er wordt gewerkt a.d.h.v. handelingsplannen volgens hetzelfde systeem als de RT-ers hanteren.
De counselor heeft regelmatig contact met de schoolmaatschappelijk werkster.
De orthopedagoog:
De orthopedagoge is de deskundige binnen de OBO op het gebied van extra zorg.
Zij stuurt de remedial teachers aan en werkt nauw samen met de leerlingbegeleider van Eduniek. Zij is bevoegd om diagnostisch onderzoek te doen.
Zij is tevens de deskundige die in geval van plaatsing op de OBO van een zorgleerling d.m.v. observatie, bestudering van dossiers en contacten met externen de schoolleiding adviseert.
Binnen de kaders van Weer Samen Naar School kan er advies gevraagd worden aan het Zorgplatform. Indien het nodig is een leerling te verwijzen naar een school voor speciaal onderwijs melden de ouders, in samenwerking met de school hun kind aan bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg. Deze commissie beoordeelt de juistheid van de door de school gehanteerde hulp, procedures en toetsgegevens. Zij bepalen of een leerling toelaatbaar is voor een vorm van speciaal onderwijs en adviseren de ouders.
Wij kunnen, wanneer nodig, gebruik maken van begeleiders afkomstig van een school voor speciaal basisonderwijs. Via het Zorgplatform kan dat een vorm van preventieve ambulante begeleiding zijn of, via de ACC-scholen (hoor- en spraakmoeilijkheden) begeleiding op school zodat een leerling zo lang mogelijk op de gewone basisschool kan blijven.
3. De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
De Spo Utrecht biedt zoveel mogelijk kinderen passende zorg en passend onderwijs op de basisschool in de buurt. Om leerlingen met leer- en/of opvoedingsmoeilijk-heden goed in het basisonderwijs op te vangen werken de basisscholen samen met de Luc Stevensschool, de speciale school voor basisonderwijs (sbo). Hoe de scholen samenwerken aan een goede leerlingenzorg en opvang van deze leerlingen, staat in het zorgplan van het bestuur beschreven. Als een kind meer zorg heeft dan de basisschool kan bieden, dan is het kind soms meer gebaat bij plaatsing op de Luc Stevensschool of in het speciaal onderwijs.
4. Externe ondersteunende organisaties
Het JeugdAdviesTeam
In Overvecht is in juni 2007 het JeugdAdviesTeam gestart. Het JAT bestaat uit een maatschappelijk werker, een orthopedagoog en de schoolarts.
De gemeente Utrecht wil met het installeren van deze teams bijdragen aan een eenvoudige, effectieve en efficiënte zorgverlening in de wijken.
Het OuderKindCentrum
Het OKC is gevestigd in het gezondheidsgebouw aan de Amazonedreef.
Bij dit OKC kunnen ouders, jeugdigen en professionals eenvoudig terecht voor informatie, advies, steun en hulp op het gebied van opvoeden en opgroeien.
Partners in de wijk werken nauw samen om een sluitende keten van signalering, toeleiding en hulpverlening te realiseren. (U vindt het adres en telefoonnummer achter in deze gids)
Ook kunt u informatie krijgen bij het zorgteam van uw locatie (locatieleider/intern begeleider).
Jeugdgezondheidszorg en de rol van de schoolarts
In het wijkgebouw van de jeugdgezondheidszorg op de Amazonedreef werken de schoolarts en schoolverpleegkundige. Zij letten op de gezondheid en de ontwikkeling van de kinderen in de schoolleeftijd.
Logopedisten (dat zijn taal- en spraakdeskundigen) onderzoeken alle kinderen in groep 2 op problemen met spraak, taal en stem. Zo nodig kunnen kinderen worden behandeld.
De schoolarts voert bij alle kinderen in groep 2 een gezondheidsonderzoek uit. Het gaat hierbij om de groei van het kind (lengte, gewicht), of het goed ziet en hoort, maar ook hoe het op school en thuis verder gaat. Als dat nodig is kan er een uitgebreider onderzoek of gesprek plaatsvinden, ook gedurende de hele basisschoolperiode. Wij kunnen hiervoor, in overleg met de ouders, bij de GG&GD een extra onderzoek aanvragen.
Bureau Jeugdzorg Utrecht
Bureau Jeugdzorg is gevestigd op de Nijenoord 2-4 en omvat een aantal afdelingen die ook hulp kunnen bieden als kinderen dreigen in het nauw te komen: Jeugdhulpverlening, Advies-en meldpunt kindermishandeling, Preventie jeugdzorg servicebureau, kinder- en jongerenrechtswinkel. (zie het adres achter in deze gids) Voor nadere informatie of hulp kunt U altijd contact opnemen met de locatieleider of remedial teacher van de locatie van uw kind.
Schoolmaatschappelijk werk
Er is een schoolmaatschappelijk werkster voor de OBO die regelmatig overlegt met de teams van de verschillende locaties. De locatieleider kan u in contact met haar brengen of een afspraak voor u maken in geval van problemen. Het schoolmaatschappelijk werk kan u of uw kind gedurende korte tijd helpen; is het gewenst om langere tijd begeleiding te krijgen dan verwijst zij door naar andere instanties, zoals het Algemeen Maatschappelijk werk.
Als ouders niet willen dat hun kind praat met het schoolmaatschappelijk werk kunnen ze dat doorgeven aan de locatieleider.
@risk
Atrisk is een systeem waarmee professionals kinderen kunnen aanmelden in een computersysteem. Bij meerdere aanmeldingen maakt het systeem het mogelijk fat professionals contact met elkaar kunnen opnemen over het kind, zodat ze de hulp en begeleiding op elkaar kunnen afstemmen.
Ouders worden altijd op de hoogte gesteld door de intern begeleider als de school het kind in het systeem aanmeldt.
5. Verwijzing naar het voortgezet onderwijs
In groep 8 wordt de definitieve keuze gemaakt naar welke vorm van voortgezet onderwijs de leerlingen na groep 8 gaan. Hierbij gaan we uit van de ontwikkeling van de kinderen gedurende de gehele onderwijsperiode op de basisschool. Daarnaast volgen we de stedelijke povo-procedure (povo=primair onderwijs-voortgezet onderwijs) waarbij een ouderinformatieavond, de CITO-eindtoets en open lesmiddagen vaste onderdelen zijn.
Voor toelating tot verschillende vormen van voortgezet onderwijs gelden de volgende criteria:
- Advies basisschool (gebaseerd op de ontwikkeling kind gedurende de hele basisschool)
- Cito eindtoetsscore
Beide onderdelen moeten positief zijn voor de gewenste vorm van voortgezet onderwijs.
Ouders van leerlingen in groep 8 worden over de procedure, net zoals de leerlingen zelf, gedurende het schooljaar uitgebreid ingelicht.
De school begeleidt ieder kind en zijn of haar ouders tot en met de uiteindelijke inschrijving.
Met de diverse scholen voor voortgezet onderwijs waar onze leerlingen naar toe gaan houden we regelmatig contact over hoe onze oud-leerlingen zich ontwikkelen.
|